Risicobeheersing vlambooggevaar

Werken met elektriciteit brengt risico’s met zich mee en de algemene bepalingen van de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling schrijven voor dat alle risico’s beheerst moeten worden. Risicobeheersing voor schokgevaar is relatief eenvoudig te realiseren aangezien het gevaar voornamelijk afhangt van de stroomsterkte waaraan het lichaam blootgesteld kan worden. Veiligheidsmaatregelen kunnen vrijwel één op één gekoppeld worden aan het aantal ampères van de installatie. Bij vlambooggevaar is risicobeheersing minder eenvoudig, omdat het risico afhangt van vele factoren zoals kortsluitstroom, kabellengtes en werkafstand. Voor iedere elektrische installatie moet er een complexe berekening gemaakt worden om te bepalen hoe groot het risico is om daar werkzaamheden aan te verrichten. Het is daarom ook verstandig om een extern bureau in te schakelen om een vlamboogstudie uit te voeren en advies te geven hoe je de geconstateerde vlamboogrisico's het beste kunt beheersen.


Hoe beheers je vlambooggevaar?

Iedereen wil voorkomen dat een vlamboogongeval met ernstig letsel en schade aan elektrische installaties de aanleiding is om te beginnen met het beheersen van vlambooggevaar. Het opstellen van een beheersplan voor vlamboogrisico begint dan ook vaak bij het besef dat nog niet aan alle eisen voor elektrische veiligheid is voldaan. Dit besef wordt bijvoorbeeld aangewakkerd door herziene regelgeving van de Arbo, nieuwe richtlijnen in de NEN 3140 of aangescherpte werkprocedures van het bedrijf zelf. Risicobeheersing voor vlambooggevaar begint met een risico-inventarisatie en -evaluatie voor vlambooggevaar. Aangezien hiervoor een vlamboogberekening of vlamboogstudie nodig is, zullen veel bedrijven ervoor kiezen om dit uit te besteden aan een expert. De vlamboogberekening laat zien hoe hoog de risico's zijn aan de hand van de maximale energie die per verdeelkast vrijkomt tijdens een kortsluiting. Deze gegevens brengen je vervolgens dichter bij het antwoord op de vraag: “Hoe beheers je vlambooggevaar?” Er zijn een aantal mogelijke antwoorden die afhangen van de exacte situatie. Denk hierbij aan (1) voorkomen dat er een vlamboog ontstaat, (2) het verlagen van de maximale vlamboogenergie die vrij kan komen tijdens een kortsluiting en (3) het gebruik van vlamboogbestendige kleding en beschermingsmiddelen. Ten slotte is het voor goede risicobeheersing belangrijk dat maatregelen voor elektrische veiligheid regelmatig geëvalueerd en, zo nodig, bijgestuurd worden.

Voorkomen dat er een vlamboog ontstaat

Een vlamboog kan meerdere directe oorzaken hebben zoals een verouderde installatie, achterstallig onderhoud of een menselijke fout. Zo is een goed ontwerp en een goede onderhoudsstraat van verdeelkasten van grote invloed op het voorkomen van vlambogen. Een verdeelkast met meerdere compartimenten en goede afscherming voorkomt namelijk dat blootstelling aan vlambogen mogelijk is bij werkzaamheden waar de kast niet onder spanning geopend hoeft te worden. Regelmatige inspectie en onderhoud zorgen ervoor dat slijtage of schade door bijvoorbeeld ongedierte tijdig worden opgemerkt en verholpen kunnen worden. Daarnaast zijn goede training en duidelijke instructies effectief in het voorkomen van menselijke fouten tijdens werkzaamheden aan elektrische installaties.

Verlagen van de vlamboogenergie

Een vlambooggevarenanalyse moet uitwijzen of het mogelijk is om de maximale energie te verlagen die tijdens een kortsluiting kan vrijkomen. Stel dat de vlamboogenergie bij een verdeelkast hoger is dan 12 cal/cm² en het is niet mogelijk om een vlamboog volledig uit te sluiten met maatregelen. In dat geval wordt er beoordeeld in hoeverre de instellingen verlaagd kunnen worden zodat de beveiligingen eerder afschakelen bij kortsluiting. Hoe eerder een beveiliging reageert, hoe lager de vlamboogenergie namelijk wordt. Kortere afschakeltijden voor beveiligingen hebben doorgaans een negatief effect op de selectiviteit waardoor er tijdens een kortsluiting meer installaties uitgeschakeld worden dan nodig is. Met een berekening wordt bepaald in welke mate de maximale energie verlaagd kan worden zonder de selectiviteit en bedrijfszekerheid negatief te beïnvloeden.

Vlamboogbestendige PBM's

Er zijn situaties denkbaar waarbij het (1) niet mogelijk is om uit te sluiten dat er een vlamboog optreedt of (2) dat de maximale energie die vrij kan komen niet verlaagd kan worden tot minder dan 1,2 cal/cm². Is het vervolgens wel noodzakelijk om werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties die onder spanning staan? Dan moeten er vlamboogbestendige PBM's gebruikt worden. Vlamboogkleding bestaat uit onder andere vlamboogbestendige shirts, jassen, broeken en gelaatsschermen en is beschikbaar in verschillende categorieën die corresponderen met de maximale energie waartegen ze beschermen. Bij werkzaamheden onder spanning aan een verdeelkast waar de berekende vlamboogenergie 10 cal/cm² is, zijn bijvoorbeeld PBM's vereist met een ATPV-waarde van 10 cal/cm² of hoger.